Pijn

Zo klein was jij, je wereld ongeopend
Je ongeschonden vingers grepen rond
Onschuldig ogend, kleine stapjes lopend
Jouw blozend kopje, vrolijk en gezond

Ik was nog jong, hoe had ik kunnen weten
Dat zoveel zwart jouw deel zou moeten zijn
De vingers krom, je lijf welhaast versleten
Blozend werd grauw en gruwelijk de pijn

Ik zie je strijd, tot ‘t allerlaatst refrein
Van ons heb JIJ de meeste kracht bezeten

0024d_piet_rivierenlaan_1954_2

15 March 2008
By on 13:54
Daar zijn we weer

Lange tijd was het onduidelijk wat er met deze weblog zou moeten gebeuren. Immers: het is nu 1,5 jaar geleden dat Piet overleed en wat moet je dan nog schrijven?

Uiteindelijk was het Piet zelf die het antwoord gaf. Piet wilde graag zelf over zijn leven schrijven. Hij wilde met name graag schrijven over zijn ziekte en de positieve manier waarop hij (onder andere door het schilderen) in het leven kon staan.

Piet heeft altijd gehoopt dat anderen, en zeker degene die ook leiden onder een lichamelijke handicap, daar enige steun aan zouden kunnen ontlenen. Hij heeft tijdens zijn leven al een aantal keren pogingen in die richting ondernomen maar hij heeft niet de kans gekregen om zijn missie te volbrengen.

De vrouw van Piet, in samenwerking met zijn vrienden, brengen over enige tijd een boek van hem uit. Zij zullen daarin ongetwijfeld hun relatie met Piet op een prima manier belichten.

Los van die boek, zal ik hier mijn ervaringen met mijn broer opschrijven. Ten eerste omdat Piet en ik de eerste 25 jaren samen, in gezinsverband, hebben doorgebracht. Ten tweede omdat wij als broers, ook later onze eigen ervaringen met elkaar hadden. En tenslotte omdat ik de laatste ben die deze periode nog kan verwoorden.

Ik voel het als een grote, persoonlijke verantwoordelijkheid om mij van deze taak zo goed mogelijk en in de geest van mijn broer, te kwijten.

15 December 2006
By on 19:39
Als je van de trap afvalt, ben je gauw beneden

Sommige gebeurtenissen blijven je altijd bij. Deze gebeurtenis kan ik niet meer exact dateren maar Piet was in elk geval nog geen 2 jaar oud. Het moet dus eind 1953, dan wel begin 1954 zijn geweest. Omdat we geen geld hadden voor een kinderstoel, zaagde mijn vader van een gewone stoel een stuk van de poten af. Daarna improviseerde hij van hout een verstelbaar tafeltje, zoals in een kinderstoel gebruikelijk was. Een paar kussentjes er in en hup….Piet had zijn eigen stoel. Nu was het de gewoonte dat wij in de buurt van de keuken ons middagmaal aten. En de keuken (zeg maar twee kastjes en een oliestelletje) was gesitueerd achter het trappenhuis van de 5e verdieping. Het plekje waar wij aten, was maar klein omdat vlak daarbij de trap naar beneden begon. Als je van je stoel opstond moest je dus goed uitkijken dat je je niet verstapte.

Mijn moeder, Piet en ik zaten genoegelijk om het kleine tafeltje. Af en toe stond mijn moeder op om wat uit het keukentje te halen. Op een bepaald moment gebeurde het en NOG weet ik niet precies HOE het gebeurde….maar iemand maakte een onverwachte beweging, Piet’s stoel schoof een stukje teveel naar voren….er klonk een donderend geraas en een paar seconden later lag Piet met stoel en al helemaal onder aan de trap. Mijn moeder gilde….wat ik deed weet ik niet meer maar ik zal wel verstijfd van schrik zijn geweest. Wij vlogen naar beneden. De stoel lag half omgekeerd op de trap. Mijn moeder trok de stoel in de goede positie en sleepte hem in enkele rukken weer naar boven. Angst geeft enorme kracht, dat weet ik sinds die tijd. Toen keken we naar de stoel en naar Piet. Hij huilde niet, hij had geen enkele verwonding maar hij keek ons slechts verwonderd aan. De rest van het voorval is uit mijn herinnering verdwenen. Mijn moeder zal hem wel omhelst hebben, ze zal wel honderd keer o gottegottegot hebben gezegd en ze zal het in geuren en kleuren met mijn vader hebben besproken. Maar meer weet ik niet meer. Alleen die val….die kan ik elk moment van de dag reproduceren.

4 September 2005
By on 19:32
Een donker kuifje

Het was 1953. We woonden vier hoog in de staatliedenbuurt in Amsterdam Zuid. Mijn vader en moeder huurden her en der kamertjes van mensen om als het ware xe9xe9n hele woning bij elkaar te schrapen. Ik ging er op de kleuterschool in de Uiterwaardenstraat. Op een dag, ik was nog 4 jaar, vertelde mijn moeder mij dat ik een broertje of zusje zou krijgen. Overdonderd door dit nieuws vroeg ik hoe het dan heette. Dat weten we nog niet,  zei mijn moeder, dat moeten we nog bedenken. Die avond zaten we aan de grote tafel en de namen vlogen over tafel. Het woord vernoemen viel daarbij vaak. Ik had geen idee wat dat betekende. Ik was ook vernoemd. Tjonge, ik voelde er niets van maar het moest iets bijzonders zijn. Op een bepaald moment vroeg mijn moeder: en als het een jongen wordt, hoe moet hij dan heten? Peter, zei ik spontaan. Waar ik die naam vandaan haalde, dat weet ik niet. Misschien een schoolvriendje van het eerste uur?Een paar maanden later werd mijn moeder in het Wilhelmina Gasthuis (WG) opgenomen. Op een dag zie ik mijzelf in de oude, donkerblauwe, aan de binnenzijde met donkerhouten bankjes ingerichte, tram zitten.  Mijn vader en ik waren op weg naar het WG. Het was een broertje geworden en hij heette Piet.We waren nog wat te vroeg want wij moesten, met een groep andere bezoekers, wachten voor een groot hek. Het gebouw was eindeloos groot en grauw. Maar ergens daar binnen, daar wachtte het broertje.

Ik ging verlegen de ziekenhuiskamer binnen. Daar lag mijn moeder in de kussens. Ze lachte naar mij en ik kroop op haar bed. Even later zei ze: wil je nu even naar het broertje kijken? Schuin tegenover haar bed stonden twee kleine bedjes. In het rechterbedje lag hij. Ik keek in het bedje. Onder een cremekleurig dekentje lag een klein donker kuifje, een roze oortje en een wangetje. Ik was een beetje teleurgesteld. Wat klein was dat broertje, je zag het amper.Geef hem maar een aaitje, zei mijn vader. En dat deed ik toen. Ik bleef een poosje kijken en toen kroop ik snel weer op het bed van mijn moeder. Maar vanaf dat moment leefde ik in het heerlijke besef: ik heb een broertje.

31 August 2005
By on 16:44
De schoen

Vroeger waren wij arm, zeer arm. Mijn vader was machine bankwerker en verdiende maar heel weinig. Toen ik twaalf jaar oud was en Piet dus 7 jaar, verhuisden we naar Wognum (West-Friesland). Piet, die tot dan toe tamelijk Amsterdams sprak, mat zich in vrij korte tijd een origineel soort West Fries accent aan. Hij voelde zich in Wognum erg thuis en binnen niet al te lange tijd had hij vriendjes met wie hij in de bosjes naast de snelweg aan het vogelkijken was of met wie hij naar boer Boeder ging om daar mee te helpen bij het melken. Op een dag kwam hij thuis en vertelde ons dat de koeien maar twee namen hadden: Olga en Corry. En omdat er meer dan twee koeien op de boerderij rondliepen, kregen de dames een volgnummer. Op een dag kwam Piet thuis en vertelde dat hij had geholpen om Corry 13 te melken. Hij was er erg trots op en zou het liefst elke dag op de boerderij doorbrengen.De Wognummers die echt willen winkelen, doen dat voornamelijk in Hoorn. Op een dag moest Piet nieuwe schoenen hebben. De oude waren tot op de draad versleten, minder door het lopen dan door het slootje springen, voetballen en ravotten. Die avond toonde hij trots zijn nieuwe aanwinst en omdat de oude er NIET meer uitzagen, werden deze meteen weggegooid.De volgende dag ging Piet met de nieuwe schoenen naar school. Na afloop van school kwam hij thuis en vertelde dat hij naar Boeder ging. Pas je wel op je kleren, zei mijn moeder. Dat zei ze altijd en vermoedelijk was ze zich van dat zinnetje niet eens bewust. Niemand luisterde er dan ook echt naar en als je vaag ja, ja zei was het al goed. Tegen etenstijd kwam Piet thuis. Wij zagen onmiddelijk dat er wat aan de hand was. En als we het niet gezien hadden, dan hadden we het wel geroken. Wat is er gebeurd, brulde mijn vader. Wat is er gebeurd, informeerde mijn moeder met zes angstige rimpels op haar voorhoofd. Ik ben in de gierput gevallen, zei Piet. In de gierput, getverdemme, wat stink je, zeiden mijn ouders collectief. En daar was geen onwaar woord bij. God, wat stonk die jongen. Maar ik ben op de boerderij al een beetje gewassen hoor, zei Piet zwakjes. Hij werd linea recta onder de douche gestuurd en moeder kieperde meteen de vuile kleren in de wasmachine. Daarna pakte ze de schoenen…..de schoenen? Maar ze vond er maar xe9xe9n….een gloednieuwe schoen die onder de drek zat. Maar waar was die andere schoen. Ze holde naar boven. Waar is je ene schoen gebleven, riep ze hard door de douchedeur heen. Piet deed de deur een klein stukje open en zei, zo zacht dat je het bijna niet kon horen: die is een beetje naar de bodem van de gierput gezakt, mam!Die avond hebben mijn ouders (onder het slaken van vloeken en teksten als: "het is toch zonde met die jongen", zitten grutten in de vuilnisbak, vanwaaruit ze Piet’s oude schoenen  weer opdiepten. En met die schoenen ging Piet de volgende dag gewoon weer naar school. Weer een paar nieuwe schoenen, dat was ondenkbaar. Want vroeger waren wij arm.

26 August 2005
By on 10:22
Ik ga door tot er geen verf meer is.

Piet’s credo, tevens de titel van dit stukje, ontleende hij aan zijn positivisme waarmee hij zich telkens weer aan de penseelharen de realiteit in sleepte. Een realiteit zoals hij die zelf voor ogen had. Kijkend naar wat hij nog kon, nooit mopperend op wat hij verloren had. Niet dat het altijd makkelijk was, hij had natuurlijk zijn buien waarin hij zijn ziekte niet volledig kon accepteren, maar altijd strevend naar een positieve voortzetting. Ik heb daarvan geleerd, ik de oudere broer, altijd bezig met een carrixe8re en vaak gestressed vanwege de werkdruk en de problemen die je normaal gesproken op een groot kantoor tegenkomt. Geleerd met name dat het leven relatief is. Waar je vandaag van in vuur en vlam schiet uit heilige verontwaardiging, is over een paar maanden al weer van al zijn belang ontdaan en niet zelden wordt er zelfs van harte om gelachen.

Schilderen was belangrijk voor mijn broer. Het was een uitdrukkingswijze die hem zelfs beter afging dan praten en dan schrijven. Schrijven….dat wilde hij wel graag want hij wilde graag iets betekenen voor anderen. Dat anderen zich gesteund zouden weten in de zin van: je kan dan wel een kwaal hebben maar als je wilt, kun je een heel eind komen. Hij heeft zijn levensverhaal niet meer kunnen opschrijven, helaas. En daarom doe ik het nu, stukje bij beetje, hier. En daarom zullen wij (Piets vrienden en familie) ooit zijn volledige levensverhaal optekenen voor al die mensen die qua gezondheid wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

16 August 2005
By on 21:13
Hoe het verder ging

Een aantal dagen later hebben we Piet begraven. Er was een prachtige herdenkingsbijeenkomst in de Katholieke kerk in Wormer. Piet zou er blij mee geweest zijn. Velen van ons hadden het gevoel: maar hij IS er ook gewoon. Het is niet makkelijk om je ouders te begraven. Maar het is al helemaal niet makkelijk om je jongere broertje te begraven. Wij die de laatste jaren beiden zo midden in het leven stonden dat we nauwelijks de tijd konden vinden om bij elkaar te komen, ik met mijn werk, hij met zijn schilderkunst en zijn exposities. Maar als we bij elkaar waren, dan was het gewoon goed. Zoals Piet het, de laatste keer dat wij bijeen waren, uitdrukte: je hoeft er alleen maar te zijn. En wij waren er….allemaal.Hierbij nog xe9xe9nmaal het gedicht waarmee ik afscheid nam zoals ik het voelde. Voor hem…omdat ie door zijn hele levenshouding een voorbeeld was. Ook voor mij. 

Dag broerDe avond valt, het donker is gekomen.Een late vogel zingt zijn hoog en helder lied.De wind aait zacht de toppen van de bomen.En wat de morgen brengt, dat weten wij nog niet.Zo zachtjes ben je van ons weggenomen,ben je vertrokken naar een onbekend verschiet.Zo stil, met al je wensen, al je dromen.En wat jouw morgen brengt, dat weten wij nog niet.Mijn lieve broer, ik heb je zo zien strijden,tegen een kracht, zoveel keer sterker nog dan jij.Maar zag je winnen, je ontsteeg jouw lijden.Jouw lach en levenshouding maakten jou weer vrij.Ik heb nog zoveel woorden, zoveel zinnen.Maar alles wat ik zeggen wil, dat schiet tekort.En al wat blijft is dat gevoel van binnendat ik pas noemen kan, nu het zo donker wordt.Dag lieve broer, tot ziens!!Ik houd van je.

xa9 plato_2005

12 August 2005
By on 20:42
Piet

Tijd is een vreemd fenomeen. Het is nog maar nauwelijks 33 uur geleden dat Piet op de IC van het ziekenhuis overleed. In die tussentijd is er enorm veel gebeurd. Ten eerste werd zijn kamer in no time uitgeruimd voor een nieuwe patixebnt (zodat een aantal bezoekers voor onaangename verrassingen kwamen te staan) en ten tweede had het dienstdoende personeel weinig begrip voor de gevoelens van de nabestaanden. Voor een deel te begrijpen vanwege de werkdruk, maar iets meer compassie was wel prettig geweest. Ik kwam om half xe9xe9n vanuit Amersfoort naar Zaandam en pas na heel lang soubatten mocht ik mijn broer nog even zien. We spraken met de behandelend arts. Die vertelde ons dat het lichaam van Piet, door zijn reuma, in feite op was. Het medische verhaal dat wij hoorden maakte duidelijk dat een nog groter lichamelijk lijden hem op deze manier bespaard is gebleven. Dat maakt de situatie niet minder verdrietig maar het laat ook de andere kant zien waardoor er een zekere mate van berusting mogelijk was.Vanaf het moment dat we in Piets huis terugkwamen, ging alles heel snel. Iedereen weet dat er dan enorm veel geregeld moet worden en dat heeft ons de nodige tijd gekost Piet was vrij bekend in de Zaanstreek vanwege zijn schilderen en daarom wordt er een fiks aantal mensen verwacht. Ik weet zeker dat Piet dat prachtig vindt: al zijn vrienden en bekenden nog xe9xe9nmaal bijeen, als xe9xe9n grote familie. Ik ben er van overtuigd dat hij er bij zal zijn.

15 June 2005
By on 16:38
Ziek II

Vandaag sprak ik mijn broer telefonisch…met moeite want hij kan maar slecht ademhalen. Behalve een beenontsteking heeft hij ook een longontsteking en praat hij moeilijk vanwege die ademhaling. Hij krijgt hiervoor een trachea….een buisje in zijn luchtpijp….ik vertaal het maar even amateuristisch…om de ademhaling te reguleren. Piet was erg moe….maar hij had nog wel wat humor en dat geeft weer hoop. Hij is blij met alle beterschapswensen en laat jullie vanuit het ZMC hartelijk groeten.Plato

7 June 2005
By on 22:14
Ziek

Hallo allen,Voorlopig hier even geen logjes van Piet. Hij ligt in het ziekenhuis met een flinke ontsteking. Via deze log houd ik de belangstellenden op de hoogte.Bedankt voor alle reacties tot nu toe op platoonline.web-log.nl

5 June 2005
By on 17:04